Hier vindt u de login mogelijkheden van onze portals en online services. Selecteer de gewenste dienst en log in met uw persoonlijke inlogcode.
Heeft u nog geen inloggegevens?
Neemt u dan contact met ons op.
Wat kunt u als ondernemer fiscaal nog regelen dit jaar? Zijn er voor de dga belangrijke aandachtspunten waarop u moet anticiperen? Op welke zaken moet u zich als werkgever voorbereiden voor het nieuwe jaar?
In de Special Eindejaarstips hebben wij zo veel mogelijk rekening gehouden met de plannen van het kabinet voor volgend jaar.
Een aantal plannen van het kabinet zijn nog niet definitief. Deze moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Welke dat zijn, kunnen wij u uiteraard vertellen. Ook worden er nog steeds nieuwe plannen bekendgemaakt of worden huidige plannen aangepast. Daarom overleggen wij graag met u of het verstandig is om wel of geen stappen te zetten.
De tips zijn onderverdeeld in de volgende categorieën:
Sinds 2023 krijgt een belastingplichtige met weinig inkomen de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting niet meer (gedeeltelijk) uitbetaald, ook niet als de fiscale partner voldoende belasting betaalt. Degenen die vóór 1 januari 1963 geboren zijn, hebben nog wel recht op uitbetaling van de algemene heffingskorting, mits de partner voldoende belasting betaalt. Voor die groep geldt echter ook dat er geen recht bestaat op uitbetaling van de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
Hoe kunt u het verlies aan heffingskortingen voorkomen? Heeft uw partner geen of onvoldoende eigen inkomsten, maar beschikt u samen met uw partner over belastbaar vermogen, dan kunt u hiermee het verlies aan heffingskortingen (deels) voorkomen. U doet dit door in de aangifte het vermogen geheel of gedeeltelijk aan de partner zonder of met weinig eigen inkomsten toe te rekenen. Dit vermogen wordt namelijk belast in box 3, zodat uw partner toch over inkomsten beschikt. De heffingskortingen verminderen dan de belasting die wordt berekend over de box 3-inkomsten.
DGA’s hebben nog een extra mogelijkheid om dit verlies aan heffingskortingen voor een niet- of weinig- verdienende partner te voorkomen. Dat kan door dividend uit de BV uit te keren en die uitkering bij de aangifte (deels) aan de fiscale partner toe te rekenen. In feite kan de DGA daardoor belastingvrij dividend uitkeren.
Ondernemers bij wie de winst belast wordt met inkomstenbelasting, kunnen hun meewerkende partner een arbeidsbeloning toekennen en zo voorkomen dat bij deze partner heffingskortingen verloren gaan. Deze arbeidsbeloning is onder voorwaarden aftrekbaar bij de ondernemer. Lees hier meer tips voor alle belastingplichtigen.
Aan het eind van het jaar heeft u meer duidelijkheid over uw winstpositie. Beoordeel of uw winst in lijn ligt met de verwachtingen. Wellicht komt u in de inkomstenbelasting net in het hoogste tarief. Het kan dan aantrekkelijk zijn om uw winst te verlagen door bijvoorbeeld kosten of een geplande investering naar voren te halen. Houd hierbij wel rekening met de invloed die dit heeft op uw totale kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Lees hier meer tips voor alle ondernemers in de inkomstenbelasting.
Het tarief in box 2, waarmee onder meer inkomen uit dividend wordt belast, blijft in 2026 ongewijzigd. Het tarief bedraagt 24,5% over inkomsten tot € 67.804 (2025) en € 68.843 (2026). Boven de genoemde bedragen blijft het tarief van 31% van toepassing.
Heeft u een fiscaal partner, dan kunt u het uitgekeerde dividend in de aangifte onderling verdelen. Bij een 50/50-verdeling betaalt u in 2025 24,5% over de eerste € 135.608 aan inkomen in box 2 en over het meerdere 31%. In 2026 betaalt u 24,5% over de eerste € 137.686 en over het meerdere 31%. Lees hier meer tips voor de bv en de dga.
Werkgevers gaan vanaf 1 januari 2027 extra belasting betalen, een zogenaamde pseudo-eindheffing, wanneer zij een fossiele auto van de zaak ook voor privégebruik ter beschikking stellen aan hun werknemer.
Ook woon-werkverkeer telt voor deze belasting als privégebruik, zelfs met een verklaring ‘Geen privégebruik auto’. Bovendien geldt er geen grens van 500 km.
De extra belasting bedraagt 12% over de cataloguswaarde, bij auto’s ouder dan 25 jaar 12% over de marktwaarde. U als werkgever betaalt de pseudo-eindheffing en u mag deze niet doorbelasten aan de werknemer. De eigen bijdrage van de werknemer telt niet mee voor de bepaling van de pseudo-eindheffing.
Lopende lease- en koopcontracten vallen nog onder een overgangsperiode, maar vanaf 1 januari 2027 moet u rekening houden met extra kosten bij nieuwe contracten. Lees hier meer tips voor werkgevers.
Vanaf 1 januari 2026 wordt de overdrachtsbelasting verlaagd van 10,4% naar 8% voor woningen die niet als hoofdverblijf dienen. Dit tarief komt voornamelijk om de hoek kijken bij de aanschaf van vakantiewoningen en woningen voor verhuur. Op deze manier wordt het investeren in woningen voor verhuur aantrekkelijker gemaakt. Ook wordt de aanschaf van een tweede woning, zoals een vakantiehuis, hierdoor voordeliger. Overweegt u de aanschaf van een tweede woning, dan kan het voordelig zijn om deze uit te stellen tot na 1 januari 2026. Lees hier meer tips voor de woningeigenaar.
De kleineondernemersregeling (KOR) is sinds 2020 een vrijstellingsregeling. Ondernemers met een lagere jaaromzet dan € 20.000 kunnen hiervoor kiezen. De regeling is niet verplicht. De keuze voor de KOR houdt in dat u geen btw in rekening hoeft te brengen en automatisch bent ontheven van allerlei btw-verplichtingen.
U verliest ook uw recht op btw-aftrek. De KOR geldt ook voor rechtspersonen, zoals bv’s, stichtingen en verenigingen. Ondernemers die hebben gekozen voor de KOR en die vervolgens in de loop van enig jaar de omzetgrens van € 20.000 overschrijden, worden vanaf dat moment weer btw-plichtig.
Met name voor ondernemers die te maken hebben met afnemers/klanten die de btw niet kunnen terugvragen, kan de KOR uitkomst bieden.
Ondernemers die de KOR willen toepassen, dienen dit tijdig te melden bij de inspecteur. Het aanmeldformulier hiervoor moet uiterlijk vier weken voor de ingangsdatum van het aangiftetijdvak waarin u de KOR wilt laten ingaan door de Belastingdienst zijn ontvangen.
Wilt u vanaf 2026 van de KOR gebruikmaken, meldt u zich hiervoor dan uiterlijk eind november 2025 aan.
De KOR is per 1 januari 2025 flexibeler geworden, omdat u de KOR na aanmelding niet meer verplicht minstens drie jaar hoeft toe te passen. Ook hoeft u niet meer drie jaar te wachten als u zich opnieuw voor de KOR wilt aanmelden. Vanaf 1 januari 2025 is deze wachttijd beperkt tot de rest van het jaar waarin u zich heeft afgemeld en het daaropvolgende jaar. Wilt u per 1 januari 2026 stoppen met de KOR? Geef dat dan uiterlijk 3 december 2025 door via het online formulier op Mijn Belastingdienst Zakelijk.
Een andere wijziging is dat buitenlandse ondernemers met een vaste inrichting in Nederland de KOR niet meer kunnen toepassen.
Vanaf 1 januari 2025 is het ook mogelijk de KOR aan te vragen voor EU-landen waar u zaken mee doet. U bepaalt zelf voor welke landen u de KOR aanvraagt. U hoeft daar dan ook geen btw-aangiftes te doen. Wel moet u ieder kwartaal aan de Nederlandse Belastingdienst een overzicht verschaffen van de omzet die u in het kwartaal in de EU heeft behaald. Voor de EU-KOR is vereist dat uw hoofdvestiging in Nederland ligt. Uw omzet mag in alle EU-landen inclusief Nederland maximaal € 100.000 bedragen. Ook geldt voor de deelnemers de nationale omzetgrens van het EU-land waar ze de vrijstelling willen toepassen. In Nederland bedraagt deze € 20.000. Lees hier meer tips inzake de btw.
Heeft u nog vragen? Neem dan contact met ons op.
Bron: SRA