Klantlogin

Hier vindt u de login mogelijkheden van onze portals en online services. Selecteer de gewenste dienst en log in met uw persoonlijke inlogcode.

Heeft u nog geen inloggegevens?
Neemt u dan contact met ons op.

Neem contact op

Actueel

Nieuws | Geplaatst op 20 juni 2024

Praktijkovereenkomst BBL of arbeidsovereenkomst?

Een praktijkovereenkomst en een arbeidsovereenkomst zijn twee afzonderlijke juridische instrumenten die de relatie tussen een werknemer en een organisatie regelen, maar ze hebben verschillende doelen en juridische betekenissen. Wat is nu het verschil tussen een praktijkovereenkomst en een arbeidsovereenkomst? En kan de praktijkovereenkomst BBL worden verstaan onder een arbeidsovereenkomst?

Wat is een praktijkovereenkomst BBL?

De afkorting BBL staat voor beroepsbegeleidende leerweg. Dit is een vorm van werken en leren binnen het MBO. Een student in een BBL-traject werkt bij een organisatie met als hoofddoel het verwerven van praktische vaardigheden en kennis. De student heeft bij de organisatie een arbeidsovereenkomst, maar volgt daarnaast ook nog lessen op een MBO-instelling.

Wat is een arbeidsovereenkomst?

Een arbeidsovereenkomst is een wettelijk bindende overeenkomst tussen een werknemer en een werkgever, waarin de voorwaarden van de werkrelatie worden vastgelegd, zoals salaris, werkuren, taken, verantwoordelijkheden en andere arbeidsvoorwaarden. Volgens artikel 7:610 lid 1 BW is er sprake van een arbeidsovereenkomst, wanneer er voldaan wordt aan de elementen “loon”, “gedurende zekere tijd”, “arbeid” en “gezagsverhouding”.

Voorbeelden uit de praktijk

Onlangs heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord Nederland een uitspraak gedaan over de vraag of een BBL-praktijkovereenkomst kan worden beschouwd als een arbeidsovereenkomst. In deze specifieke zaak betrof het een leerling die als autospuiter aan het werk was bij een autoherstelbedrijf. Hoewel er werd voldaan aan de criteria “gedurende zekere tijd”, “loon” en “gezagsverhouding”, was er geen sprake van “arbeid” in de zin van artikel 7:610 lid 1 BW, en dus was er geen arbeidsovereenkomst. Volgens de kantonrechter hadden de partijen afgesproken dat de leerling werkzaamheden zou uitvoeren met het oog op haar opleiding, en niet om een arbeidsprestatie te leveren voor de werkgever. Het is ook duidelijk dat de leerling geen relevante eerdere ervaring had en dat ze het vak nog volledig moest leren. Ondanks dat de leerling beweerde dat ze sommige taken zelfstandig uitvoerde, erkende zij zelf dat zij nog niet in staat was om het volledige werkproces zelfstandig te beheren. Als onderdeel van haar opleiding moest ze eerst leren hoe ze de betreffende taken moest uitvoeren en daarna ervaring opdoen. Het feit dat de werkgever mogelijk enig voordeel heeft gehad, betekent echter niet dat de taken voornamelijk in het belang waren van de opleiding die de leerling volgde. Kortom, er was geen sprake van een arbeidsovereenkomst.

In een eerdere zaak nam de kantonrechter van de rechtbank in Den Haag een ander standpunt in. In deze casus werd de overeenkomst tussen de tandartspraktijk en de student aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. De rechter betoogt dat de werkzaamheden van de studente in de tandartspraktijk niet kunnen worden opgevat als activiteiten gericht op het vergroten van haar eigen kennis en vaardigheden om haar opleiding te kunnen voltooien. De student werkte zelfstandig in de praktijk en had daarbij diverse verantwoordelijkheden zoals het afhandelen van bestellingen, het inplannen van afspraken, het leidinggeven aan de opening en sluiting van de praktijk en het uitvoeren van schoonmaakwerkzaamheden. De WhatsApp-berichten die als bewijsmateriaal werden gepresenteerd, toonden ook aan dat de tandartspraktijk afhankelijk was van de student om dagelijkse taken uit te voeren en als vervanger op te treden bij afwezigheid van andere assistenten. Hoewel de studenten tijdens hun samenwerking begeleiding en training kregen, met name op het gebied van de gespecialiseerde taken die zij aan de tandartsstoel uitvoerden, is het belangrijk op te merken dat hun werk niet uitsluitend gericht was op het verwerven van kennis voor trainingsdoeleinden. De bijdragen van de student aan de tandartspraktijk werden als feitelijk werk beschouwd en daarmee profiteerde de tandartspraktijk van hun inspanningen, aldus de kantonrechter. Door het onrechtmatig beëindigen van de arbeidsovereenkomst van de student is de tandartspraktijk aansprakelijk voor onder meer de toekenning van een transitievergoeding en een schadevergoeding.

Conclusie

Kortom het is als werkgever dus essentieel om de aard van de overeenkomst vast te leggen. Er zit juridisch namelijk een hele andere betekenis achter een arbeidsovereenkomst, dan een praktijkovereenkomst BBL. Wanneer er sprake is van een arbeidsovereenkomst heeft de werknemer namelijk recht op ontslagbescherming en loon tijdens ziekte. Verder dient er loonbelasting te worden afgedragen en moeten er premies voor onder anderen werknemersverzekeringen betaald worden.

Het is belangrijk om te weten dat als er in de praktijk weinig verschil is tussen de werkzaamheden van een leerling en een reguliere werknemer, en de leerling naast het vergaren van kennis ook wordt ingeschakeld voor diverse taken en om eventuele personeelstekorten op te vangen, er een mogelijkheid bestaat dat een rechter later kan bepalen dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst in plaats van een praktijkovereenkomst.

Heeft u nog vragen? Neem dan contact met ons op.

Contact

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
  • Bronnen: Salaris Vanmorgen, Meesterlijk en Rechtspraak