Klantlogin

Hier vindt u de login mogelijkheden van onze portals en online services. Selecteer de gewenste dienst en log in met uw persoonlijke inlogcode.

Heeft u nog geen inloggegevens?
Neemt u dan contact met ons op.

Neem contact op

Actueel

Nieuws | Geplaatst op 26 november 2025

Tips voor alle belastingplichtigen

Voorkom dat heffingskortingen verloren gaan

Sinds 2023 krijgt een belastingplichtige met weinig inkomen de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting niet meer (gedeeltelijk) uitbetaald, ook niet als de fiscale partner voldoende belasting betaalt. Degenen die vóór 1 januari 1963 geboren zijn, hebben nog wel recht op uitbetaling van de algemene heffingskorting, mits de partner voldoende belasting betaalt. Voor die groep geldt echter ook dat er geen recht bestaat op uitbetaling van de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

Hoe kunt u het verlies aan heffingskortingen voorkomen? Heeft uw partner geen of onvoldoende eigen inkomsten, maar beschikt u samen met uw partner over belastbaar vermogen, dan kunt u hiermee het verlies aan heffingskortingen (deels) voorkomen. U doet dit door in de aangifte het vermogen geheel of gedeeltelijk aan de partner zonder of met weinig eigen inkomsten toe te rekenen. Dit vermogen wordt namelijk belast in box 3, zodat uw partner toch over inkomsten beschikt. De heffingskortingen verminderen dan de belasting die wordt berekend over de box 3-inkomsten.

DGA’s hebben nog een extra mogelijkheid om dit verlies aan heffingskortingen voor een niet- of weinigverdienende partner te voorkomen. Dat kan door dividend uit de BV uit te keren en die uitkering bij de aangifte (deels) aan de fiscale partner toe te rekenen. In feite kan de DGA daardoor belastingvrij dividend uitkeren.

Ondernemers van wie de winst belast wordt met inkomstenbelasting, kunnen hun meewerkende partner een arbeidsbeloning toekennen en zo voorkomen dat bij deze partner heffingskortingen verloren gaan. Deze arbeidsbeloning is onder voorwaarden aftrekbaar bij de ondernemer.

Koop dit jaar nog een lijfrente

De fiscaal aftrekbare bedragen bij aankoop van een lijfrente zijn in 2023 fors verhoogd. Voor degenen met een pensioentekort bedraagt de fiscale jaarruimte voor de aftrek van lijfrentepremies 30% van het inkomen, waarmee u spaart voor uw pensioen. De maximale jaarruimte bedraagt in 2025 € 35.798.

Een andere verruiming is dat u tot vijf jaar na het bereiken van uw AOW-leeftijd lijfrentepremies kunt aftrekken. Tot 2023 kon dit tot aan uw AOW-leeftijd.

Ook kunt u sinds 2023 tot tien jaar terug gebruikmaken van de jaarruimte voor aftrek van lijfrentepremies. Tot 2023 was dit zeven jaar. Heeft u de afgelopen tien jaar dus niet de volledige jaarruimte benut voor de aankoop van een lijfrente, dan kan dit alsnog. Ook dit inhaalbedrag is fors verhoogd naar maximaal € 42.108 in 2025.

Koopt u een lijfrente of stort u een bedrag op uw lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht, dan creëert u daarmee een extra aftrekpost. Het pensioenopbouwtekort wordt bepaald aan de hand van de jaar- en reserveringsruimte. U kunt deze ruimte berekenen op de site van de Belastingdienst. Als u voldoet aan de voorwaarden voor de aftrek, kunt u de premie in 2025 aftrekken tegen maximaal 49,5%. Een premie is aftrekbaar in het jaar van betaling. Lijfrentes blijven ook de komende jaren gewoon aftrekbaar tegen het tabeltarief. Als u nu de premie kunt aftrekken tegen 49,5% en de uitkeringen zijn vanwege een daling van uw inkomen te zijner tijd belast tegen 35,7%, dan bedraagt het tariefvoordeel 13,8 procentpunt.

Let op!

De betaalde bedragen zijn alleen aftrekbaar als sprake is van onvoldoende pensioenopbouw.

Tip!

Zorg dat u de lijfrentepremies in 2025 betaalt! Alleen dan kunt u deze nog in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting 2025. Bovendien betaalt u dan over 2026 minder belasting in box 3.

Let op!

De betaalde lijfrentepremie vermindert de te betalen belasting, maar niet de te betalen premie Zvw. Over de lijfrente-uitkering betaalt u bij ontvangst wel premie Zvw. Dit betekent een dubbele heffing, voor zover uw inkomen bij uitbetaling van de lijfrentetermijnen onder de Zvw-premiegrens valt en u nu de Zvw-premiegrens nog niet heeft bereikt. Hierdoor wordt het nettorendement van de lijfrente kleiner.

Bepaalde heffingskortingen zijn inkomensafhankelijk. Zo is uw algemene heffingskorting mogelijk hoger door de aftrek van een lijfrentepremie. Boven een inkomen van € 76.817 heeft de lijfrentepremieaftrek in 2025 geen effect meer op de algemene heffingskorting.

Let op!

Tot nu toe mocht een lijfrenteverzekering nog uitkeren met een jaarbetaling achteraf, waardoor de eerste uitkering pas in het jaar van AOW-leeftijd plus zes jaar plaatsvond. Voor een lijfrenterekening en een lijfrentebeleggingsrecht gold al de grens van de AOW-leeftijd plus vijf jaar. Jaarbetaling achteraf is vanaf 2026 niet meer toegestaan.

Let op!

Wordt een lijfrente niet tijdig uitgekeerd, dan wordt dit fiscaal gezien als afkoop. Dit leidt tot heffing van inkomstenbelasting ineens over het gehele lijfrenteproduct, vaak tegen het hoogste tarief. Daarbovenop komt 20% revisierente.

Let op!

Heeft u een lijfrente bij uw eigen BV en bent u de AOW-leeftijd al gepasseerd? Neem contact met ons op om tijdig met de uitkering te starten.

Cluster uw giften of schenk periodiek

Giften aan goede doelen zijn onder voorwaarden aftrekbaar. Ook voor giften geldt een drempel: alleen het bedrag aan giften boven deze drempel is aftrekbaar. De drempel bedraagt 1% van uw verzamelinkomen vóór aftrek van persoonsgebonden aftrekposten, met een minimum van € 60. Voor giften geldt ook een plafond (maximum) van 10% van het verzamelinkomen vóór aftrek van persoonsgebonden aftrekposten.

Tip!

U kunt giften over meerdere jaren beter clusteren, zodat u maar één jaar met de drempel te maken heeft. Komt u met uw giften boven het plafond van 10% van uw inkomen uit, dan is het juist beter uw giften over meerdere jaren te spreiden.

Periodieke giften zijn giften aan goede doelen (meestal ook aan verenigingen met minimaal 25 leden) in de vorm van vaste en gelijkmatige periodieke betalingen die uiterlijk eindigen bij overlijden. Deze giften kunt u aftrekken als u gebruikmaakt van een notariële of onderhandse akte van schenking. Hierin moet zijn aangegeven dat de gift over een periode van minstens vijf jaar wordt verstrekt. Voor periodieke giften geldt geen drempel en ook geen plafond. Stelt u een onderhandse akte op, dan geldt wel een aantal eisen. Een dergelijke akte kunt u downloaden vanaf de site van de Belastingdienst, zoekterm ‘overeenkomst periodieke giften’. De aftrek van periodieke giften is gemaximeerd tot € 1.500.000 per huishouden per jaar. Bent u vóór 4 oktober 2022 om 16:00 uur een periodieke gift aangegaan, dan is deze gift tot 2027 nog helemaal aftrekbaar.

Krijgt u als vrijwilliger bij een ANBI een vergoeding, dan is er geen sprake van een periodieke gift als u van de vergoeding afziet. Voor een periodieke gift is namelijk vereist dat minstens vijf jaar hetzelfde bedrag wordt geschonken. Daarbij is ook vereist dat alle geschonken bedragen jaarlijks even groot zijn.

Tip!

Wilt u uw vrijwilligersvergoeding schenken aan de ANBI en aanmerken als periodieke gift, dan kan dit deels worden bereikt door een ontkoppeling van de gift en de vergoeding als vrijwilliger. Zo kan een schenkingsovereenkomst worden gesloten waarbij u aan de vereniging minstens vijf jaar lang een vast bedrag schenkt en waarbij u de te ontvangen vergoeding als vrijwilliger hiermee verrekent. Is in die situatie de vergoeding echter minder dan de jaarlijks afgesproken gift, dan zult u het verschil wel moeten bijbetalen.

Tip!

Schenk periodiek als u geen last wilt hebben van de drempel of het plafond.

Maak uw (klein)kinderen blij met een schenking

Profiteer in 2025 nog van de jaarlijkse schenkvrijstelling in de schenkbelasting. Zo kunt u in 2025 uw kinderen belastingvrij € 6.713 schenken en uw kleinkinderen of derden € 2.690.

Let op!

Komt het huwelijk of geregistreerd partnerschap van uw kind ten einde door overlijden, dan geldt voor het ex-schoonkind nog steeds het tarief dat geldt voor kinderen. Ook de vrijstellingen die voor kinderen gelden, zijn voor het ex-schoonkind dan nog steeds van toepassing. Een en ander geldt niet als het huwelijk of geregistreerd partnerschap door echtscheiding is ontbonden.

Voor kinderen tussen 18 en 40 jaar geldt voor 2025 een eenmalige verhoging van het bedrag van € 6.713 tot:

Om deze vrijstellingen te gebruiken, moet wél een aangifte worden gedaan. Voor de normale jaarlijkse vrijstelling hoeft dat niet.

Let op!

Voor de leeftijdsgrens is bij schenking van een periodieke uitkering de leeftijd bepalend bij het aangaan van de schenkingsovereenkomst. Degene die de schenking ontvangt, moet dus op dat moment aan de leeftijdsgrens voldoen en dus tussen de 18 en 40 jaar oud zijn, waarbij de 40e verjaardag nog meetelt.

Er gelden overgangsregelingen waarmee het gebruik van de schenking voor de eigen woning kan worden opgerekt. Schenkingen voor de eigen woning moeten worden besteed uiterlijk in het tweede jaar na het jaar waarin voor het eerst een beroep op de verhoogde vrijstelling is gedaan. Als u in 2023 voor het eerst heeft geschonken onder deze vrijstelling, moet deze schenking uiterlijk in 2025 worden gebruikt.

Vanaf 2024 zijn giften in natura met een waarde van meer dan € 10.000 alleen nog aftrekbaar als er een objectieve waardebepaling heeft plaatsgevonden. Deze moet blijken uit een onafhankelijk taxatierapport of factuur. Voor fiscale partners wordt de grens gesteld op € 20.000. De voorgestelde aanscherping geldt zowel voor de giftenaftrek in de inkomsten- als in de vennootschapsbelasting.

Tip!

Schenkt u nog in 2025, dan daalt uw vermogen in box 3, wat mogelijk positief kan uitpakken voor uw box-3-heffing. De schenking verhoogt uiteraard mogelijk wel het box 3-vermogen van de ontvanger.

Heeft u nog vragen? Neem dan contact met ons op.

Contact

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
  • Bron: SRA