Klantlogin

Hier vindt u de login mogelijkheden van onze portals en online services. Selecteer de gewenste dienst en log in met uw persoonlijke inlogcode.

Heeft u nog geen inloggegevens?
Neemt u dan contact met ons op.

Neem contact op

Tarieven

Tarieven

Het kabinet heeft in het Belastingplan 2026 en de Voorjaarsnota 2025 verschillende fiscale maatregelen aangekondigd die grote impact kunnen hebben op ondernemers, beleggers en particulieren. Van wijzigingen in de zelfstandigenaftrek tot veranderingen in de overdrachtsbelasting en box 3-heffing: we zetten de belangrijkste ontwikkelingen voor u op een rij.

1. Afbouw zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling

Voor ondernemers en zzp’ers wordt de mkb-winstvrijstelling in 2026 12,7%. De zelfstandigenaftrek daalt fors: van € 2.470 (2025) naar € 1.200 (2026).

Let op!

In de voorjaarsnota 2025 is aangekondigd dat de stakingsaftrek en meewerkaftrek vanaf 2027 met 75% worden verlaagd en in 2030 volledig verdwijnen. Dit zien we niet terug in het Belastingplan 2026.

2. Geen tariefwijziging box 2

De tarieven in box 2 blijven in 2026 gelijk. De schijven worden niet geïndexeerd. De eerste schijf stijgt van € 67.804 (2025) naar € 68.843 (2026) en wordt belast tegen 24,5%. Het bedrag daarboven valt in de tweede schijf en wordt belast tegen 31%. Fiscaal partners mogen beiden de eerste schijf toepassen.

Tip!

Wilt u dit jaar nog een dividenduitkering doen? Gebruik dan de eerste schijf: maximaal € 67.804 of € 135.608 bij fiscale partners. Een hogere dividenduitkering kunt u beter uitstellen naar 2026. 

Let op!

Dividenduitkeringen beïnvloeden ook de algemene heffingskorting, uw vermogen in box 3 en eventuele excessieve leningen. Overleg met uw adviseur of een uitkering in 2025 voordelig is.

Tip!

Heeft uw partner geen eigen inkomen? Dan kan dividend uitkeren gunstig zijn om de algemene heffingskorting optimaal te benutten.

Let op!

Heeft u als aanmerkelijkbelanghouder een schuld van meer dan € 500.000 (exclusief eigenwoningschulden)? Dan heeft u tot en met 31 december 2025 de tijd om deze af te lossen. Anders betaalt u box 2-belasting over het bedrag boven de € 500.000.

3. Verlaging overdrachtsbelasting voor niet-hoofdverblijfwoningen

Per 1 januari 2026 geldt een lager tarief van 8% (2025; 10,4%) in de overdrachtsbelasting voor woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt. Zo wordt investeren in huurwoningen, tweede woningen en vakantiewoningen mogelijk aantrekkelijker en kan het aanbod in het middenhuursegment wellicht groeien. Deze wijziging was al in 2024 aangekondigd.

Tariefstructuur vanaf 2026:

  • 0%: Startersvrijstelling (onder voorwaarden)
  • 2%: Voor woningen die door de koper zelf als hoofdverblijf worden gebruikt
  • 8%: Voor woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt (zoals beleggingen, verhuur of recreatie)
  • 10,4%: Voor niet-woningen, zoals bedrijfspanden en kantoren

Tip!

Overweegt u te investeren in een tweede woning of een woning voor verhuur? U bespaart 2,4% overdrachtsbelasting als u deze investering in 2026 doet.

4. Geen btw-verhoging voor cultuur, media en sport – wél voor kort verblijf

Het kabinet schrapt de plannen om het verlaagde btw-tarief van 9% in 2026 af te schaffen voor cultuur, media en sport. Het verlaagde tarief blijft bestaan voor een groot aantal diensten en producten. Het 9%-tarief blijft gelden voor:

  • Kunstvoorwerpen
  • Boeken en het uitlenen van boeken
  • Toegang tot musea, muziek- en toneeluitvoeringen
  • Toegang tot sportwedstrijden en sportdemonstraties
  • Gelegenheid tot sportbeoefening en baden
  • Optredens door uitvoerende kunstenaars
  • Digitale levering of uitlenen van boeken en toegang tot nieuwswebsites
  • Gelegenheid geven tot kamperen

Let op!

De btw-verhoging voor verblijf (logies) gaat wél door. Vooruitbetalingen in 2025 voor 2026 vallen al onder het algemene btw-tarief van 21%.

5. Box 3: Werkelijk rendement vanaf 2028, lager heffingsvrij vermogen en einde groen beleggen

Tot 2028 blijft de belasting in box 3 gebaseerd op een fictief rendement. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat deze methode mogelijk in strijd is met het eigendomsrecht. Vanaf 2028 wordt daarom het werkelijk rendement belast. Tot die tijd worden enkele aanpassingen doorgevoerd in het forfaitaire systeem.

Per 1 januari 2026 daalt het heffingsvrij vermogen van € 57.684 naar € 51.396 per belastingplichtige. Voor fiscale partners daalt dit van € 115.368 naar € 102.792. Het forfaitair rendement op overige bezittingen stijgt van 5,88% (2025) naar 7,78% (2026). Deze stijging is budgettair gemotiveerd.

Tip!

Was uw werkelijke rendement in eerdere jaren lager dan het forfaitaire rendement? Dien dan een opgaaf werkelijk rendement (OWR) in. Vraag uw adviseur of dit belastingvoordeel oplevert.

De fiscale stimulans voor groen beleggen wordt afgebouwd. Voor groene beleggingen heeft box 3 een vrijstelling en een heffingskorting over de hoogte van deze beleggingen. De overheid bouwt deze mogelijkheid af. In 2026 is het nog mogelijk om van deze fiscaal-gunstige regeling te profiteren. De vrijstelling voor groene beleggingen bedraagt in 2026 nog € 26.715 per belastingplichtige en € 53.430 voor fiscale partners. Daarnaast wordt een heffingskorting toegepast van 0,1% van dit belastingvrije bedrag. Vanaf 2027 is er effectief geen fiscaal voordeel meer, dan is het bedrag van de box 3-vrijstelling voor groene beleggingen € 200 (voor partners € 400).

Heeft u nog vragen? Neem dan contact met ons op.

Contact

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
  •